In het Zuiden van de Eilanden. De werven ´t Kromhout en Koning William zijn de enige overgebleven werven van de tientallen kleine particuliere werven die op de Kadijken stonden.Ontworpen door A.L. van Gendt en zonen in opdracht van Werkspoor. Gebouwd rond de 19e en 20e eeuwwisseling. Van Gendt werkte samen met Cuypers en ontwierp ook het Concertgebouw.Op Oostenburg blijft de scheepsbouw bestaan met het bouwen van grote stoomschepen die de oceanen bevaren. De doorgang naar het IJ wordt voor de steeds groter wordende schepen een probleem. De NSM verplaatst de werf naar Amsterdam Noord en Werkspoor neemt het terrein over.In het Westen van de Eilanden. Door Daniël Stalpaert ontworpen voor de Admiraliteit die door de oorlogen grote haast had. Het werd in 1656 in negen maanden gebouwd. Thans is dit gebouw het Scheepvaartmuseum.Nog steeds wordt er gebouwd en worden er gaten gevuld, vooral op het Storkterrein en op de Funen (genoemd naar een zeeslag tegen de Engelsen bij Denemarken).In het Oosten van de Eilanden. De enige overgebleven molen van de vele die hier in het Oostelijk gebied hebben gestaan toen dit gebied de rand van de stad was. Brouwerij ´t IJ was vroeger een badhuis.Geboren en getogen in dit gebied, legt Kees Spits een uniek archief aan over deze buurt met bijzondere verhalen en foto´s. Hier staat hij met een bakfiets, een van de nieuwe vervoermiddelen van de nieuwe tijd.In het Noorden van de Eilanden. Door de eeuwen heen werd er op de eilanden veel gebouwd en ook weer gesloopt, om opnieuw met ondernemingsgeest iets te realiseren. Zo ontstonden er veel pakhuizen, loodsen, werven en fabriekshallen, vooral op Oostenburg. Vroeger waren het meer industriële gebouwen; nu worden er vooral kantoren en evenementshallen gerealiseerd.
Czaar Peter werkte vier maanden op de werf van het Oost-Indisch zeemagazijn aan de bouw van het schip Pieter en Paul om de scheepsbouw te leren kennen. Hij had een grote en sterke vloot nodig om weerstand te kunnen bieden aan Zweden en Turkije. Ook nam hij meer dan zeshonderd Nederlandse scheepsbouwers mee naar Rusland. Nog steeds zijn er daardoor in de Russische marinetaal Nederlandse woorden of verbasteringen daarvan.Het verdwijnen van de V.O.C., de overgang van zeilkracht naar stoomkracht, de overgang van houten schepen naar stalen schuiten die steeds maar groter werden, luidden een nieuw tijdperk in. De industriële revolutie begon.De (Oostelijke) Eilanders waren altijd al een apart slag mensen. Bruggen werden opgehaald als er mot dreigde. Vanaf de jaren zeventig is de buurt gesaneerd en nieuwbouw gerealiseerd. Dat bracht ook nieuwe bewoners met zich mee.In 1917 heerst er armoede en honger. Als men hoort dat er aardappelen verscheept worden aan de Oostelijke Handelskade, bestemd voor Engeland, trekken de vrouwen erheen en plunderen de zaak. Politie en Leger treden hard op. De plunderingen steken herhaaldelijk de kop op en worden telkens weer onderdrukt. De onrust houdt aan tot na de Eerste Wereldoorlog, als er weer voldoende brood en aardappelen zijn.
Een overstap van vermaarde scheepswerven naar assemblagehallen voor locomotieven en treinstellen. Gerenommeerde dieselmotoren werden geproduceerd voor treinen en schepen. Maar ook materieel voor suikerfabrieken en kernreactoren werden vervaardigd.
Een overstap van vermaarde scheepswerven naar assemblagehallen voor locomotieven en treinstellen. Gerenommeerde dieselmotoren werden geproduceerd voor treinen en schepen. Maar ook materieel voor suikerfabrieken en kernreactoren werden vervaardigd.
Varend op ´t IJ in de Gouden Eeuw en kijkend richting Oostelijke eilanden zag men toen ook de nu nog bestaande gebouwen. De Montalbaenstoren, waar de scheepslieden aanmonsterden en naar de schepen werden vervoerd. Meer naar het Oosten zag men ´s lands Zeemagazijn, nu het Scheepvaartmuseum, en de Oosterkerk. Helemaal links zagen zij het Oost-Indisch Zeemagazijn dat er tot 1822 heeft gestaan.
Varend op ´t IJ in de Gouden Eeuw en kijkend richting Oostelijke eilanden zag men toen ook de nu nog bestaande gebouwen. De Montalbaenstoren, waar de scheepslieden aanmonsterden en naar de schepen werden vervoerd. Meer naar het Oosten zag men ´s lands Zeemagazijn, nu het Scheepvaartmuseum, en de Oosterkerk. Helemaal links zagen zij het Oost-Indisch Zeemagazijn dat er tot 1822 heeft gestaan.
Door Daniël Stalpaert ontworpen gebouw voor de V.O.C. Het was een tweelinggebouw. Achter het gebouw, hier geschilderd vanaf ´t IJ bezien, staat nog zo´n gebouw van 215 meter lang en vier verdiepingen hoog. Het gebouw diende niet alleen als opslag van goederen en scheepsbenodigdheden, maar er zat ook een slachthuis en een zeilmakerij in. Op de werven ervoor worden zo´n 500 Oost-Indië vaarders gebouwd. Als het gebouw alweer te klein is geworden worden er rond 1720 pakhuizen bijgebouwd, waaronder het Nieuwe Zeemagazijn dat als appartementencomplex nog steeds bestaat.
Op een vrijdag in 1822 begon het gebouw te kraken en te steunen en de zondag daarop stortte het vrijwel volledig in. Het stond haaks op de plaats waar nu de Van Gendt hallen staan.
Door Daniël Stalpaert ontworpen gebouw voor de V.O.C. Het was een tweelinggebouw. Achter het gebouw, hier geschilderd vanaf ´t IJ bezien, staat nog zo´n gebouw van 215 meter lang en vier verdiepingen hoog. Het gebouw diende niet alleen als opslag van goederen en scheepsbenodigdheden, maar er zat ook een slachthuis en een zeilmakerij in. Op de werven ervoor worden zo´n 500 Oost-Indië vaarders gebouwd. Als het gebouw alweer te klein is geworden worden er rond 1720 pakhuizen bijgebouwd, waaronder het Nieuwe Zeemagazijn dat als appartementencomplex nog steeds bestaat.Op een vrijdag in 1822 begon het gebouw te kraken en te steunen en de zondag daarop stortte het vrijwel volledig in. Het stond haaks op de plaats waar nu de Van Gendt hallen staan.
Zo ongeveer waar deze middeleeuwers aan het vissen zijn staat nu de Oosterkerk. Zij zien van hieruit hun vissersdorpje aan de dam tussen de Amstel en ´t IJ.
Zo ongeveer waar deze middeleeuwers aan het vissen zijn staat nu de Oosterkerk. Zij zien van hieruit hun vissersdorpje aan de dam tussen de Amstel en ´t IJ.
Zo ongeveer waar Rembrandt deze ets maakte, staat nu de Oosterkerk. Hij kijkt uit op de werven van Uilenburg, Rapenburg en Marken, die weldra te klein zijn om aan de enorme vraag te voldoen naar schepen (voor de V.O.C., de W.I.C. en de oorlogen). Van het natte buitendijkse land worden de Oostelijke eilanden, de Kadijken en het Funen gebied gemaakt.
Zo ongeveer waar Rembrandt deze ets maakte, staat nu de Oosterkerk. Hij kijkt uit op de werven van Uilenburg, Rapenburg en Marken, die weldra te klein zijn om aan de enorme vraag te voldoen naar schepen (voor de V.O.C., de W.I.C. en de oorlogen). Van het natte buitendijkse land worden de Oostelijke eilanden, de Kadijken en het Funen gebied gemaakt.